DWA installatie- en energieadvies

Het duurzaamste laboratorium van Nederland

Locatie: Wageningen

Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) bouwt cradle to cradle laboratorium

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) heeft een nieuw gebouw nodig en maakt van de nood een deugd. Het nieuwe laboratorium wordt het duurzaamste lab van Nederland. Het gebouw is zoveel mogelijk vanuit de cradle to cradle (C2C)-filosofie ontworpen. De insteek is dus niet ‘hoe belast ik het milieu zo min mogelijk’, maar ‘hoe kan het gebouw een bijdrage leveren aan de omgeving’.
Het toekomstige gebouw is er een met een uitroepteken. Louise Vet, hoogleraar evolutionaire ecologie en directeur van het NIOO, geeft met het nieuwe laboratorium een duidelijk statement af. ‘Het NIOO is een geavanceerd technologisch instituut en heeft de nieuwste chemisch-analytische technieken in huis. Onze onderzoeksvragen komen echter uit de natuur. Hoe kunnen we een strak, esthetisch en innovatief gebouw neerzetten dat past bij ons instituut en tegelijk goed is voor mens en natuur?’ DWA-adviseur Arie Huisman: ‘Het wordt geen geitenwollensokkengebouw, waaruit alle luxe en comfort verdwenen zijn. Integendeel, het wordt uiterst comfortabel én duurzaam. Beide gaan goed samen.’

Ecologisch denken = cyclisch denken
Het NIOO-complex komt te staan op het terrein van de Wageningen Universiteit. Het pand bestaat uit een hoofdgebouw met laboratoria en kantoren, en diverse bijgebouwen zoals kassen. In het ontwerp is zoveel mogelijk gewerkt vanuit de C2C-principes. Louise Vet: ‘Wij zijn een onderzoeksinstituut voor ecologie en het C2C-concept is een vorm van ecologisch denken. We proberen dan ook zoveel mogelijk kringlopen – energie, materialen, water – gesloten te krijgen.’
In het ontwerp is veel gebruik gemaakt van natuurlijke bronnen zoals licht, lucht, natuur en water. Het hoofdgebouw heeft een compacte vorm en de ruimtes waar veel licht nodig is, zijn aan de buitenkant gesitueerd. Labondersteunende ruimtes zijn in de middenzone geplaatst. De laboratoria zijn aan de kant van de weg geplaatst met een niet te openen, beschaduwde glasgevel vanwege het geluid en de luchtkwaliteit. In de middenzones zijn vides gesitueerd zodat ook hier voldoende daglicht toetreedt.
Bij de materiaalkeuze is nadrukkelijk gekeken naar herwinbare grondstoffen met een lage milieubelasting en een lange levensduur. Biologische materialen moeten immers weer in de biosfeer terechtkomen en technologische materialen in de technosfeer. Een goed voorbeeld van cyclisch denken is de behandeling van afvalwater. Met vacuümtoiletten worden de fecaliën ingezameld en vervolgens worden deze vergist en omgezet in biogas. De reststroom van dit vergistingsproces wordt gebruikt als voedsel voor algen. Deze worden vervolgens verwerkt tot meststof voor de landbouw. Op deze manier is de biologische kringloop gesloten. De overige afvalwaterstromen worden gescheiden afgevoerd en door middel van een helofytenfilter gezuiverd.

Ecologische verbindingszone
Het terrein waarop het complex wordt gerealiseerd maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. De beplanting en begroeiing op het terrein worden op deze ecologische verbindingszone afgestemd. Op het vegetatiedak wordt geëxperimenteerd met verschillende soorten vegetaties, wat de kennis rond het toepassen van vegetatiedaken moet vergroten. Groene beveiliging maakt ook onderdeel uit van de terreininrichting. De combinatie van een sloot en een wal met daarop begroeiing (autochtone, streekeigen haagsoorten) zorgt voor een natuurlijke afscherming van het terrein. Door het terrein op deze wijze in te richten, draagt het NIOO-complex bij aan het behouden en verbeteren van de biodiversiteit (flora en fauna) en het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur.

Grensverleggend
Het project vraagt durf van de uitvoerende partijen. Louise Vet: ‘Uitvoerende partijen moeten leren denken in uitdagingen, niet in risico’s.’ Arie Huisman ziet het project nadrukkelijk als een kans: ‘Als adviseur probeer je meerwaarde te creëren en niet de gebaande wegen te bewandelen. Je krijgt niet in ieder project zó de mogelijkheid experimenten uit te voeren en grenzen te verleggen als in dit project.’
Innovatief en grensverleggend is het energie- en installatieconcept, uitgedacht door DWA. In de winter wordt koude uit de buitenlucht opgeslagen in het grondwater en in de zomer gebruikt voor de koeling van het gebouw. Overtollige warmte uit het gebouw en de kassen, aangevuld met warmte uit zonnecollectoren, wordt in de zomerperiode opgeslagen in een hoogtemperatuuropslag (HTO) in diepere aardlagen (350-450 meter). Omdat het hier gaat om een hogere opslagtemperatuur (circa 45ºC) is intensief overlegd met Provincie Gelderland. Het project is inmiddels aangemerkt als pilotproject binnen de provincie. Het concept moet een energiebesparing van 70% op koeling en verwarming opleveren.

Arie Huisman: ‘Je moet beginnen met het reduceren van de energievraag vanuit de gedachte dat je dan zo min mogelijk technische middelen hoeft in te zetten om het gebouw energieproducerend te krijgen. Het energievraagstuk moet je binnen de contouren van een gebouw oplossen. Het is niet moeilijk tweeduizend vierkante meter zonnecollectoren op het dak te plaatsen en zo het gebouw CO2-neutraal te krijgen. Maar reguliere technieken op grote schaal toepassen is nog geen innovatie. We zijn juist op zoek gegaan naar nieuwe technieken, ook omdat je de wereld daarmee een stukje verder helpt.’

Bron illustratie: Claus en Kaan Architecten

Thema: Duurzaamheid & Energie