02-02-2010

Ontwikkelingslanden verdienen een duurzame infrastructuur

Auteur Rob Wijdemans
Organisatie NLingenieurs
In Nederland praten we vaak over duurzaamheid. Zodra het over ontwikkelingslanden gaat, is duurzaamheid veel minder belangrijk. Dit constateert ook de WRR. Zij geven in hun onlangs uitgebrachte rapport aan dat Nederland vooral veel doet aan armoedebestrijding en weinig aan de duurzame economische verzelfstandiging van deze landen.

De Wereldbank heeft geconcludeerd dat goede infrastructuur de sleutel is naar ontwikkeling en zelfredzaamheid. De Bank schat in dat er alleen al in Afrika 31 miljard euro per jaar voor infrastructuur nodig is om deze ontwikkeling op gang te brengen. Toch spendeert Nederland vooral haar ontwikkelingsgeld aan directe armoedebestrijding en veel minder aan ontwikkeling en infrastructuur. Daarbij komt dat het geld voor infrastructuur vooral naar de multilaterale ontwikkelingsbanken gaat, zonder voorwaarden voor de besteding.

Bij de aanbesteding van deze fondsen maken vooral lokale overheden de keuzes. Deze overheden zijn vaak niet voldoende deskundig en kunnen hun keuze alleen baseren op de prijs. Hierdoor krijgt kwaliteit onvoldoende aandacht en komt de opdracht meestal bij lokale (of Chinese) partijen terecht. Die zijn vaak gerelateerd aan de overheid en voldoen meestal niet aan dezelfde eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals integriteit, arbeidsvoorwaarden en milieu.

Zaken doen in ontwikkelingslanden vraagt extra inspanning. Onze leden zijn bereid een hoger ondernemingsrisico te nemen. Echter, waar je in Europa bij een aanbesteding een redelijke kans hebt om de opdracht wel of niet te verkrijgen, is dat bij multilaterale banken steeds minder, terwijl je voorbereidingskosten aanzienlijk zijn. Er is een ‘level playing field’ nodig. Projecten dienen deskundig en transparant beoordeeld te worden. Er is kwaliteit nodig voor een duurzame ontwikkeling van deze landen.

Frank Heemskerk, staatssecretaris van Economische zaken, beaamde dit volmondig vorige week dinsdag tijdens een congres over dit onderwerp, georganiseerd door NABU en NLingenieurs. Hij wil stappen ondernemen om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Het is ook nodig dat ontwikkelingslanden beseffen dat alleen een keuze op prijs niet de goede weg is voor het land zelf.

Ik denk dat ontwikkelingslanden de kennis en kunde van Nederlandse ingenieurs hard nodig hebben. Nu en, denkend aan klimaatverandering, transport- en energieproblemen, nog meer in de toekomst. Als de overheden en investeringsbanken zorgen voor een eerlijk speelveld, dan steken wij onze nek uit en zullen investeren en onze wereldwijde oplossingen delen met lokale partijen. Op die manier werken we met zijn allen aan de economische en sociale ontwikkeling van de armste landen zodat zij in de toekomst zelfredzaam zijn.

NLingenieurs
Rob Wijdemans, Voorzitter Commissie Internationaal Ondernemen


Eveneens geplaatst in Dagblad Cobouw
NLingenieurs vraagt zich af: waarom worden duurzaamheid en kiezen voor kwaliteit plotseling vergeten als het gaat om projecten in ontwikkelingslanden?