25 jaar geleden begon ik mijn loopbaan als adviseur. Een van de eerste opdrachten waar ik mee aan de slag mocht, was een voorbereidend onderzoek voor het, toen in ontwikkeling zijnde, nieuwe Bouwbesluit.
Dit nieuwe Bouwbesluit is 7 jaar daarna van kracht geworden. En tot op de dag van vandaag mag geconcludeerd worden dat Nederland hiermee uiterst vernieuwend was en wereldwijd zijn tijd ver vooruit. Dit dankzij de eenvoud en eenduidigheid en de koppeling van prestatie-eisen aan een functionele omschrijving. Ook het begrip gelijkwaardigheid was een novum en maakte daarmee ruimte voor innovatieve ontwikkelingen.
Nu we bijna 20 jaar verder zijn, wordt er gewerkt aan de 3e versie van het Bouwbesluit en word ik minder enthousiast over de ontwikkelingen. Het oorspronkelijke gedachtegoed (zorgen voor eenvoud en eenduidigheid) lijkt naar de achtergrond te verschuiven. Inmiddels hebben specialisten, superspecialisten (en als we niet oppassen een nieuwe generatie van super-superspecialisten) het voortouw genomen in de ontwikkeling van deze 3e versie. Deze kleine groep claimt daarbij dat alleen zij precies weet hoe het zit.
Nu ontgaat het mij uiteraard niet dat gebouwen steeds complexer worden (andere vormen en materialen, duurzamer, moeilijke plekken), dat we invloeden krijgen vanuit Europa en dat het noodzakelijk is de regelgeving zo actueel mogelijk te laten meelopen met deze ontwikkelingen. Maar mij dringt de vraag zich zo langzamerhand op of we niet bezig zijn een kaartenhuis te bouwen. En er is inmiddels naast het Bouwbesluit een encyclopedie aan interpretaties geschreven. Regelmatig word ik dan ook gecorrigeerd door een van de (super-)specialisten die mij probeert uit te leggen dat ik een bepaald detailpunt verkeerd zie. Vanuit zijn specifieke kennis heeft de betreffende specialist uiteraard gelijk: regels zijn regels. Maar ik probeer nog altijd vanuit de oorspronkelijke geest en niet naar de letter te denken.
Vóór 1992 waren de regels verstikkend en hield iedereen er zijn eigen interpretatie op na. Inmiddels dreigen we weer terug naar af te gaan. En zoals u weet: vroeg of laat stort ieder kaartenhuis in elkaar. Ik pleit er daarom voor om het oorspronkelijke doel voor ogen te blijven houden: eenvoudig, eenduidig en prestatiegericht. Het zit er nog steeds in, maar laten we toch vooral niet doorschieten. Regelgeving is nodig als middel, niet als doel. Het uiteindelijke doel blijft voor mij het realiseren van een duurzaam, veilig en comfortabel gebouw waarin mensen graag verblijven.
Ad van der Aa, voorzitter Commissie Bouw, Industrie & Energie
Tevens geplaatst in 'Cobouw' | 28-04-2010
Aanvankelijk liep Nederland voorop met het Bouwbesluit, met bouwregelgeving gericht op eenvoud en eenduidigheid. Maar met de vernieuwingen die nu gaande zijn, zijn de oorspronkelijke uitgangspunten naar de achtergrond verdwenen.