Verslag Bouwpoort 3 december 2019

Bouwpoort: impuls nodig voor industrialisatie

17 december 2019

IMG 6699 1

Wordt industrialisatie de oplossing voor de forse vraagstukken waar de bouw in ons land voor staat? Die vraag stond centraal tijdens een druk bezochte Bouwpoort op 3 december jl. in Den Haag. Bouwpoort is een halfjaarlijks initiatief waarvan Koninklijke NLingenieurs één van de partners is.

Discussieleider Marnix Norder, de vertrekkend voorzitter van corporatiekoepel Aedes, lichtte de uitdagingen toe waarvoor we staan. Met een pakket van 2,4 miljoen woningen in de portefeuille van ‘zijn’ woningcorporaties, weet hij als geen ander dat de verduurzaming van al die woningen een reusachtige klus is. Een opgave die een versnelling nodig heeft, waarop echter nog onvoldoende zicht is. Intussen blijft Aedes niet toekijken, aldus Norder, en formeerde onlangs een aanjaagteam dat ervoor moet zorgen dat corporaties van elkaar kunnen leren hoe ze nieuwbouw- en renovatieprojecten goed aanpakken.

Duurzame schil uit een fabriek
Twee inleiders in Perscentrum Nieuwspoort schetsten hoe zij tegen de (on)mogelijkheden van industrialisatie in de bouw aankijken. Als projectleider nieuwe energie bij de provincie Overijssel is Ulla-Britt Krämer actief in het internationale project INDU-ZERO. Daarin werken zes landen rond de Noordzee samen aan het prototype van een smart renovation factory, waarvan elke vestiging per jaar 15.000 woningen kan verduurzamen.

Als de blauwdruk van dit project binnenkort af is, volgt nog anderhalf jaar van fine tuning en kan in 2021 de eerste productiefaciliteit (5 hectare fabriek, 15 hectare magazijn) verrijzen. De in deze faciliteit gebouwde schil (renovatiepakket) wordt ontworpen voor de meest voorkomende huizentypen in Nederland, België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zweden (rijtjes- en twee-onder-een-kapwoningen en portiekflats). Onderdeel van die schil voor dak en gevel worden sandwichpanelen met daarin verwerkt: isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en ventilatie-units. Het is de bedoeling dat het geheel zeker vijftig procent goedkoper wordt dan gebruikelijke oplossingen.

Modulaire concepten
Uit de bijdrage van Robert Koolen, directeur strategie en beleid bij Heijmans, blijkt dat hij vooral kansen ziet voor industrialisatie in de markt van nieuwbouwwoningen. Het Brabantse bouwbedrijf koos begin dit jaar voor een nieuwe strategie (verbeteren, verslimmen en verduurzamen) waardoorheen de industrialisatie als een rode draad is getrokken. In dat kader werkt Heijmans onder meer met twee modulaire concepten (o.a. Heijmans One). Voor de utiliteit (weinig repetitie, onregelmatig aanbod) en infra (veel unieke objecten) ziet Koolen op dit moment minder mogelijkheden voor industrialisatie.

Als belangrijke randvoorwaarden voor industrialisatie schetste Koolen een voldoende volume en continuïteit (maar helaas: stikstof, PFAS en BENG zijn lastige obstakels). Met de 3000 nieuwbouwwoningen die Heijmans jaarlijks realiseert, zal de bouwopgave echter niet snel genoeg kunnen worden opgelost. Ook is het voor de industrialisatie belangrijk dat er meer standaardisatie komt en een basisvoorwaarde is digitalisering (BIM), ook in de assetmanagementfase, aldus Koolen.

Integrale samenwerking
In de daaropvolgende discussie ging het vooral om de vraag hoe de industrialisatie zijn weg moet vinden: via grootschalige renovatiefabrieken of via nieuwbouwconcepten uit de fabriek. De meningen bleken verdeeld, maar zijn het ook niet appels en peren: een renovatieconcept voor de energietransitie en een nieuwbouwconcept voor de grote bouwopgave? Misschien is het dus wel en-en.

Via diverse discussielijnen, van de traditionele kalkzandsteen-elementen van Ben Kruseman (business development manager Calduran) naar het staal van een vertegenwoordiger van de industrie in de zaal, bleek dat er naast alle hardware ook vooral vraag was naar meer ‘software’: meer integrale en/of innovatieve samenwerking. Een technologische ontwikkeling houdt niet op bij de poort van een bedrijf, maar vereist een integrale ketenaanpak. Zo kan Calduran wel volop ‘bimmen’, maar als daar in de ontwerpfase of op de bouwplaats niet mee wordt gewerkt, schiet het niet op.

Milieuwinst
Zonder BIM gaat Rudi Roijakkers (technisch directeur ABT) niet meer aan de slag. “Het is echter de vraag hoe de bouw er in de praktijk gebruik van maakt.” Volgens hem is samenwerking in de hele keten daarom belangrijker dan industrialisatie: “Zo lang dat niet op orde is, halen we niet het onderste uit de kan”, aldus Roijakkers. En in die samenwerking kan dan ook het punt van openheid beter worden geborgd. In plaats van nieuwbouw ziet hij liever veel meer duurzame renovaties plaatsvinden, ook omdat er dan zo veel meer milieuwinst te halen valt.

De verduurzaming is vanuit bewonersperspectief nog wel een lastig punt, zo wisten meerderen te melden. Keukentafelgesprekken schieten niet op, en hele huizenblokken verduurzamen kost karrevrachten aan tijd en energie. Ook prefab-bouwen is nog geen robuuste oplossing, zo schetste een afgevaardigde van BAM. Geen fabriek in Nederland produceert momenteel 24/7 prefab-woningen en met een vraag van 4000 conceptwoningen per jaar kan geen geïndustrialiseerde fabriek draaien.

Purschuim
Ook Norder besloot de bijeenkomst met een pleidooi voor BIM, maar dan wel met één standaard. Daarover klonk uit de zaal brede instemming, zeker gezien de te ruime toleranties die er in de ruwbouw optreden. Oftewel: BIM repareert wat we de afgelopen drie generaties kapot hebben gemaakt door het proces op te knippen in specialismen.

Tekst: Ysbrand Visser - Duurzaam Gebouwd (bewerkte versie)