Circulaire Economie: een principekwestie

16 februari 2021

Begin februari was het de week van de Circulaire Economie. We hebben een prachtig overzicht voorgeschoteld gekregen van circulaire activiteiten in Nederland. Er passeerden mooie voorbeelden – ik zou hier graag reclame willen maken voor de leden van Koninklijke NLingenieurs maar dat is wellicht ongepast - en minder goeie voorbeelden (recycling van asfalt). Na afloop van de week overheerst bij mij optimisme.

De ambitie, circulair in 2050, lijkt volkomen onomstreden. Dat was vijf jaar geleden anders en is dus winst. Maar wat ik vooral een goede ontwikkeling vind, is dat in veel berichten wordt gesproken over circulaire (of duurzame) principes die bedrijven hanteren. Ik geloof dat heldere duurzame principes, die je op elk moment en niveau kan toepassen, ons gaan helpen.

Het is namelijk heel lastig om het transitiepad te plannen naar de circulaire economie in 2050. Onze economie is een uitermate complex systeem met ontelbaar veel spelers en we spreken in feite van een wezenlijke systeemwijziging. Het gaat betekenen dat we grondstoffen en arbeid op een andere manier moeten gaan waarderen en beprijzen dan we nu doen. De onderlinge afhankelijkheid tussen spelers is groot en voor je het weet zit iedereen te wachten op de noodzakelijke eerste stap van een ander. Omdat we de precieze routekaart niet kunnen geven, zijn juist universeel toepasbare principes onze broodnodige kompas.

Want overzichtelijk is ons pad niet. Neem als voorbeeld de stap naar hernieuwbare energie. We maken gebruik van schaarse grondstoffen voor zonnepanelen en produceren nauwelijks recyclebare rotorbladen voor windmolens. Hoe circulair of duurzaam is dat? Moeten we het daarom maar niet doen?

Een belangrijke koerswijziging is ingezet met de European Green Deal. Decennialang hebben we in Europa en in Nederland het principe gehanteerd dat de vervuiler betaalt. Dit is bij uitstek een principe dat past bij een lineaire economie. In de European Green Deal wordt als uitgangspunt gehanteerd: geen vervuiling.

Deze week hebben de werkgevers in het verband van VNO-NVW en MKB Nederland de Agenda NL 2030 gelanceerd met daarin ook een vernieuwende doelstelling: “[wij willen in elk geval] de negatieve effecten van ons handelen vermijden”.

Geen vervuiling of geen negatieve effecten van ons handelen is een uitstekend eerste principe voor een circulaire economie. Als iedere speler, individu; bedrijf; sector; vanuit dit principe zijn eigen activiteiten gaat vormgeven en erop kan vertrouwen dat de anderen dat ook doen, dan komen we ergens.

Jacolien Eijer

Directeur Koninklijke NLingenieurs