Gesprek met minister over toekomstbestendig bouwen
Tijdens een bijeenkomst van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op 18 mei in Zwolle heeft voorzitter Carla Moonen kennisgemaakt met minister Vincent Karremans en staatssecretaris Annet Bertram. Centraal stond het thema ‘toekomstbestendig bouwen in balans met water, bodem en bereikbaarheid’. Tijdens de bijeenkomst gingen de bewindspersonen in gesprek met verschillende branches over de grote maatschappelijke opgaven waarvoor Nederland staat en de rol die de sector daarin kan spelen.
Moonen bracht namens de sector in dat ingenieursbureaus zich aan het begin van de ontwerpketen bevinden en daardoor een sleutelrol vervullen bij het ontwikkelen van toekomstbestendige oplossingen. “Ingenieurs ontwerpen integraal: zij brengen vraagstukken rond infrastructuur, duurzaamheid, water, mobiliteit en leefomgeving samen in één ontwerp. Daarbij staat centraal dat oplossingen niet alleen geschikt zijn voor de korte termijn, maar meerdere generaties mee kunnen gaan. Daarmee zijn ingenieurs bij uitstek de ontwerpers van de toekomst.”
Tijdens het gesprek werd ook gesproken over nieuwe manieren van samenwerken tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Minister Karremans gaf aan dat hij het belangrijk vindt dat alle betrokken partijen als voorbereiding al vroeg in de projectfase met elkaar overleggen. In dergelijke trajecten verkennen overheden, marktpartijen en andere betrokkenen gezamenlijk de opgave voordat keuzes worden vastgelegd. Volgens de minister ontstaat daardoor meer ruimte voor robuuste ontwerpen die beter aansluiten op complexe maatschappelijke uitdagingen. Moonen bevestigt dat dit volgens haar een uitstekend voornemen is. Dit is precies wat ingenieurs al gewend zijn te doen tijdens zogenaamde ‘ontwerpateliers’.
Namens de sector bracht Moonen verschillende thema's onder de aandacht die belangrijk zijn voor ingenieurs. Zo zijn er structureel meer investeringen nodig voor de instandhouding en renovatie van infrastructuur. Veel bruggen, tunnels, wegen en waterwerken bereiken de komende jaren het einde van hun technische levensduur. Tegelijkertijd neemt de druk op infrastructuur toe door woningbouw, klimaatadaptatie en mobiliteitsgroei. Daarom neemt de noodzaak toe om onderhoud, vervanging en vernieuwing integraal te benaderen.
Ook digitalisering en standaardisering kwamen nadrukkelijk aan bod. In de sector zijn deze ontwikkelingen noodzakelijk om de benodigde schaalsprongen mogelijk te maken. Digitale technologie kan bijdragen aan een hogere productiviteit, betere samenwerking in de keten en een versnelling van verduurzaming. De ingenieurssector beschikt daarbij over de systeem- en domeinkennis die nodig is om complexe projecten in samenhang te ontwerpen en uit te voeren.
In dat kader verwees Moonen ook naar de ervaringen met de Crisis- en herstelwet (CHW), waarvoor zij destijds medeverantwoordelijk was. De wet werd in 2010 ingevoerd om procedures voor ruimtelijke en infrastructurele projecten te versnellen en bureaucratische belemmeringen te verminderen. Onder leiding van toenmalig premier Jan Peter Balkenende en met betrokkenheid van Moonen en juristen van verschillende ministeries werd gewerkt aan een juridisch instrument dat ruimte bood voor experimenten en snellere besluitvorming. De CHW versnelde uiteindelijk de realisatie van ruim 800 ruimtelijke plannen en duurzame projecten en is later opgegaan in de Omgevingswet.
Elementen uit die aanpak kunnen opnieuw relevant zijn bij de huidige transitieopgaven. Een crisis- en herstelachtige werkwijze zou kunnen bijdragen aan het versnellen van zowel de voorbereidingsfase als de uitvoering van projecten. Juist in een tijd waarin de druk op ruimte, infrastructuur en klimaatadaptatie toeneemt, vraagt dit om nauwe samenwerking tussen overheid, opdrachtgevers en ingenieursbedrijven.