“Kijk naar wat de regio te bieden heeft” 

Profielinterview Carla Moonen in het Financieel Dagblad februari 2020

25 februari 2020

Hoe ziet Nederland er over dertig jaar uit? Volgens Carla Moonen, voorzitter van de Nederlandse branchevereniging voor ingenieursbureaus Koninklijke NLingenieurs, is er meer ruimte voor de rivier, pakken we vaker de e-bike en zijn steden slim ingericht en klimaatadaptief.

Met welke trends moeten we de komende jaren rekening houden?
“Er vinden grote transities op het gebied van duurzaamheid plaats waar we ons bij gebiedsontwikkeling nu al over buigen, namelijk de energietransitie, de mobiliteitstransitie en de circulariteitstransitie. Daarnaast zal participatie bij ruimtelijke ontwikkeling belangrijker worden, projecten worden nu al meer en meer in samenspraak met bewoners en lokale ondernemers vormgegeven. Tenslotte kunnen we in onze samenleving niet meer om digitalisering heen, ook niet bij gebiedsontwikkeling.”

Welke stappen moeten we nu zetten om overstromingen en hevige regenval op te kunnen vangen?
“Nederland loopt voorop als het gaat om watermanagement en wordt steeds vaker gevraagd om in samenspraak met andere deltalanden of gebieden oplossingen te bedenken, zoals Bangladesh, Vietnam en New Orleans. Dit is echt iets om trots op te zijn. In ons eigen land is in de Deltawet van 2011 vastgelegd dat er jaarlijks een deltaprogramma moet worden aangenomen zodat Nederland goed beschermd wordt tegen klimaateffecten. Dit houdt onder meer in dat de deltawerken, kustgebieden en dijken worden versterkt, maar ook dat rivieren de ruimte moeten krijgen. 

Bij langdurig hete periodes kan in steden de hitte moeilijk wegkomen en in landelijke gebieden zorgde het de afgelopen twee zomers voor aanhoudende uitdroging. U gaf zojuist een voorbeeld van een waterreservoir in de stoep, hoe kunnen stad en land op dit vlak nog meer klimaatadaptief worden gemaakt?

“In landelijke gebieden wordt gekeken hoe kleine riviersystemen, zoals beken, verbeterd kunnen worden zodat de grond in droge periodes beter geïrrigeerd kan worden. In steden zal meer groen, zoals parken en groenstroken, moeten worden aangelegd. Dit groen vangt water op, houdt CO2 vast en geeft verkoeling. Ook burgers kunnen hun steentje bijdragen en volledig betegelde tuinen van meer planten voorzien of hun dak vergroenen. We zullen daarnaast steeds vaker in ontwerpen gaan zien dat steen en planten met elkaar gecombineerd worden. Momenteel wordt in hartje Utrecht een gebouw gerealiseerd dat 360 bomen zal bevatten, heel bijzonder en innovatief.”

Hoe zien steden er volgens u over dertig jaar uit?
“Een combinatie van slimme hoog- en laagbouw en verdichting, maar dan wel zo dat er bij die verdichting goed wordt gekeken naar klimaatadaptie en hoogwaardige openbare ruimte. Ook is de fiets te lang het ondergeschoven kindje geweest. Veel Nederlanders stappen voor relatief korte afstanden nog in de auto, maar dat gaat veranderen en men zal zeker bij een goed aangelegd snelfietswegennetwerk vaker voor de e-bike kiezen. En P+R’s moeten aantrekkelijker worden gemaakt. Wanneer de reiziger op een snelle manier te voet, met deelfiets of frequent rijdend ov in het centrum kan komen wordt dit ineens een interessant alternatief.” 

We staan aan de vooravond van een grote energietransitie. Hoe kun je hier bij de tekentafel al rekening mee houden?
“We moeten goed kijken naar wat een regio te bieden heeft op het gebied van energiewinning. In Flevoland is het logisch om voor een windmolenpark te kiezen. In Amersfoort wordt momenteel bekeken of 160.000 huizen door middel van ultradiepe geothermie verwarmd kunnen worden. Zo heeft ieder gebied weer haar eigen specifieke kracht en mogelijkheden.” 

Circulair bouwen staat steeds meer in de belangstelling. Welke uitdagingen brengt het met zich mee om dit op grote schaal, bijvoorbeeld bij de bouw van een gehele wijk, toe te passen? 
“Op dit moment is de prijs bij aanbestedingen erg leidend, terwijl er naar mijn idee nog te weinig wordt gekeken naar ‘heb ik hier een ingenieus idee waarbij materialen worden hergebruikt, dat berekend is op wateroverlast en hittestress en waarbij we inzetten op duurzame mobiliteit?’ Dus al die vragen tegelijkertijd, want dat is het punt: er wordt door opdrachtgevers helaas nog te weinig integraal gekeken. Overheden kunnen hier als launching customer nog veel meer een aanjagende rol spelen. 

Penny wise, pound foolish dus?
“Ja en zeker op het gebied van het klimaat is het zo dat hoe langer je iets uitstelt, des te hoger de kosten uiteindelijk worden. Dus het is zeker verstandiger om een duurzaam en integraal goed uitgedacht project te gunnen, dan alleen maar met de portemonnee aan de korte termijn te denken.”

 

Carla Moonen (1963) is sinds 2019 lid van de D66-Eerste Kamerfractie waar ze zich bezighoudt met buitenlandse zaken, defensie, ontwikkelingssamenwerking, ruimtelijke ordening en sociale zaken. Ze was dijkgraaf van het waterschap Brabantse Delta en raadadviseur bij het ministerie van Algemene Zaken. Sinds 2018 is ze bestuursvoorzitter van de Koninklijke NLingenieurs.