Zijn we met de woningbouwimpuls niet op weg naar een nieuw Lekkerkerk?

19 april 2021

De oudere lezer kan zich vast het gifschandaal van Lekkerkerk herinneren. Hoewel ik toen pas een jaar of 10 was, heeft Lekkerkerk op mij grote indruk gemaakt.

Een nieuwbouwwijk van 300 woningen was gebouwd op een voormalige vuilstortplaats. Op diezelfde vuilstort was ook zwaar chemisch afval gestort met dramatische gevolgen voor de bewoners. Ik snapte toen niet dat mensen zo stom konden zijn om huizen op gif te bouwen. Ik ben niet zo bang dat de Woningbouwimpuls van 100.000 woningen per jaar ertoe leidt dat we woningen op gifbelten gaan bouwen, maar vormen die woningen zelf niet na 2050 voor een groot afvalprobleem? Minder giftig natuurlijk maar misschien even onbegrijpelijk.

Het gemak waarmee in de jaren ’60-’70 werd omgesprongen met afval, maakte het toen mogelijk dat onder de nieuwbouwwijk 1600 vaten chemisch afval konden liggen. Het schandaal leidde tot de Interim Wet Bodemsanering waarin de zorgplicht werd geïntroduceerd. We denken nu anders over afval dan in de jaren ’60. In de Wet Milieubeheer geldt nog het principe ‘de vervuiler betaalt’ en de zorgplicht richt zich op het voorkomen van ernstige vervuiling. In de nieuwe Europese Green Deal wordt een nieuw uitgangspunt gehanteerd: ‘geen vervuiling’. Als we de zorgplicht in het licht van dit uitgangspunt plaatsen, dan betekent het dat je helemaal geen afval meer mag maken. Dat brengt mij bij de doelstellingen op het gebied van circulariteit.

Nederland heeft ambitieuze doelen op het gebied van circulariteit. We streven naar een volledig circulaire economie in 2050. Dat lijkt ver weg, maar de 100.000 woningen die we per jaar gaan bouwen, staan er meestal nog wel in 2050. Een slimme vastgoedbeheerder denkt daar nu goed over na, want als je na 2050 de woningen wilt slopen, dan zal je moeten zorgen dat het gebruikte materiaal weer elders gebruikt kan worden. Circulair is in dat geval veel meer dan wat vermalen sloopafval toevoegen aan je grondstoffenstroom. Het gaat om het makkelijk uit elkaar kunnen halen van de materialen en het hergebruiken van de onderdelen. Dat vraagt om andere ontwerpen en andere bouwmethoden.

Van deze urgentie merken mijn leden eigenlijk nog weinig bij opdrachtgevers. Er is wel aandacht voor circulariteit, maar het mag niet te veel kosten. Dat is vreemd, want houd je er nu geen rekening mee, dan heb je over 40 jaar een soort nieuw Lekkerkerk: dan vragen de mensen zich af hoe we zo stom hebben kunnen zijn om materialen en producten te gebruiken die je niet meer uit elkaar kan halen.

Jacolien Eijer-de Jong, directeur Koninklijke NLingenieurs