afbeelding voor post: Column Cobouw 25 april Naar Noors voorbeeld

Column Cobouw 25 april Naar Noors voorbeeld

3 mei 2022

Onlangs hield Robbert Dijkgraaf, onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in Leiden een lezing. Hij had het over de kwetsbaarheid van kennis en hoe feiten en meningen vaak door elkaar lopen. Ook signaleerde hij een afstand tussen wetenschap en samenleving.

De ingenieur kan helpen om die afstand te overbruggen, bedacht ik mij. Wetenschappelijke kennis vindt immers via de ingenieur haar weg naar de samenleving. En andersom ontstaan er bij ingenieurs nieuwe kennisvragen, die richting geven aan kennisontwikkeling.

Deze brug is belangrijker dan ooit. We zitten als samenleving momenteel in meerdere transities tegelijk. Dit brengt grote veranderingen met zich mee en daarmee behoefte aan kennis. Denk aan verduurzaming, verstedelijking, vergrijzing, digitalisering, globalisering, klimaatverandering. Allemaal grote thema’s waar maatschappelijke opgaven en inhoudelijke kennis elkaar ontmoeten.

Van politici en publieke bestuurders verwachten we dat zij in deze transities de juiste keuzes maken en de juiste prioriteiten stellen. Maar dat is niet eenvoudig. De ingenieur kan hierbij samen met andere deskundigen een belangrijke rol vervullen, door politici en publieke bestuurders van waardevolle en goed onderbouwde inzichten en adviezen te voorzien.

Dat gebeurt natuurlijk al, maar voornamelijk op afroep. Daardoor blijven er veel goede ideeën liggen, zo merkte ik enige tijd geleden tijdens een bijeenkomst van de brancheambassadeurs van NLingenieurs. Zouden wij ingenieurs niet meer het voortouw moeten nemen? Is dat niet zelfs onze maatschappelijke verantwoordelijkheid?

De Noorse brancheorganisatie van ingenieursbureaus geeft een concreet en inspirerend voorbeeld. Zij publiceren al enkele jaren een ‘State of the Nation’-rapport. Elk rapport agendeert op basis van feitelijke gegevens een urgente maatschappelijke opgave en schetst een oplossingsrichting. Met informatie over onder andere kosten en baten, over benodigde kennis en over duurzaamheidskansen. Het wordt gebruikt als input voor partijprogramma’s en sommige adviezen landen zelfs als politieke ambities in de rijksbegroting van Noorwegen.

Met die aanpak proberen Noorse ingenieurs actief aan de samenleving bij te dragen. Zou het niet inspirerend zijn als we als Nederlandse ingenieursbranche iets soortgelijks gaan doen? De eerste ideeën beginnen al vastere vorm te krijgen!

 

Stephan van der Biezen, vicevoorzitter Koninklijke NLingenieurs