Mobiliteit & Maslow

20 augustus 2020

Mobiliteit en corona een paar treden naar beneden en dan weer terug  naar boven

De corona-crisis heeft de complexiteit van onze maatschappij en de verwevenheid van onze systemen blootgelegd. Vooral ons zorgsysteem heeft het zwaar te verduren gehad, waarbij de belangrijkste vraag was: hoe managen wij de (beperkte) capaciteit van de Intensive Care? Daarentegen heeft de crisis het tegenovergestelde effect gehad op ons vervoerssysteem: de straten waren stil, de files weg en de treinen leeg. Het dieptepunt lag in maart en april. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) heeft in april becijferd[1] dat als de corona-crisis nog lang aanhoudt, en een diepe economische recessie volgt, het totale wegverkeer in heel Nederland pas in 2025 weer voorbij het niveau van 2019 komt. Met als één van de voornaamste redenen dat mensen een afnemende reisbehoefte hebben door meer thuis te gaan werken. Direct na het verschijnen van deze prognoses rees dan ook de vraag of het nog wel maatschappelijk verantwoord is om te blijven investeren in asfalt. Mede gezien de klimaatdoelstellingen voor 2030.

Verandering in reisgedrag

In de bovengenoemde prognose van het KiM is echter geen rekening gehouden met een mogelijke verandering in reisgedrag, waarbij mensen het openbaar verruilen voor individueel vervoer, zoals auto, lopen of fiets om minder risico op besmetting te lopen. Een week na het verschijnen van de prognose publiceerde het KiM een notitie[2] waarin wordt aangetoond dat mensen het openbaar vervoer op dit moment veel negatiever beoordelen dan vóór de corona-crisis; mensen maken op dit moment liever gebruik van individueel vervoer.

Door de stap voor stap teruggekregen vrijheden neemt het aantal reisbewegingen weer toe. Het openbaar-vervoersysteem wordt hiermee op de proef gesteld. Door de overheden wordt een groot beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de (potentiële) reiziger. Enerzijds door de ‘aanbeveling’ te doen alleen noodzakelijke reizen te maken, anderzijds door mondkapjes te verplichten tijdens die noodzakelijke reizen.

Begin juni ben ik, lijdend aan beroepsdeformatie, gebruik gaan maken het openbaar vervoer in onze hoofdstad om te kijken hoe het eraan toe gaat. Daarbij heb ik dus een niet noodzakelijke reis gemaakt. Ik was niet de enige. Wat mij opviel was dat het merendeel van de reizigers op weg was naar het centrum om te winkelen.

Piramide van Maslow 

Om het om mij heen geconstateerde gedrag te verklaren, gebruik ik als denkmodel de piramide van Maslow, zie figuur. Het lijkt erop dat een deel van de mensen in de veronderstelling leeft dat de basis niet is aangetast. Dat terwijl er goede argumenten zijn om ter discussie te stellen of Veiligheid, gezondheid en bescherming zoals genoemd in de laag ‘Zekerheid’ wel geborgd zijn. Op individueel niveau kan ik mij voorstellen dat mensen dat denken, op groepsniveau is dat zeker niet het geval. Hele beroepsgroepen zijn een aantal lagen in de piramide naar beneden getuimeld. Zij maken zich naast bijvoorbeeld zorgen over contact met en aandacht voor hun naasten, ernstige zorgen over basisbehoeften als een baan en daarmee hun inkomen.

Tijdens mijn reis was het rustig in het openbaar vervoer zodat ik mij persoonlijk niet onveilig voelde, ik kon in ieder geval voldoende afstand houden. Maar, toch zien ze mij er voorlopig niet in terug. Ik kan mij dat veroorloven, want ik heb andere vervoermiddelen ter beschikking en kan thuis werken. Vele anderen kunnen dat niet en zullen op termijn weer meer gebruik gaan maken van het openbaar vervoer. Dit sluit aan bij de conclusies van het KiM, die tonen dat het overgrote deel (ca. 80%) van de mensen verwacht na de corona-crisis weer terug te gaan naar het vervoerwijzegebruik van voor de crisis. Hoe dit zich in de nabije toekomst gaat ontplooien is nog koffiedik-kijken. Maar inmiddels is wel duidelijk dat de nieuwe balans in vervoerskeuze nog niet gevonden is.

Corona en mobiliteit hoe verder? 

Voor de toekomst hebben we twee belangrijke vragen te beantwoorden: 1) moeten we doorgaan met investeren in ons wegennetwerk en 2) welke rol zien wij voor het openbaar vervoer.

Voor de eerste vraag kunnen we stellen dat de aanname in april, dat investeringen in het wegennet niet meer te rechtvaardigen zijn door de filedruk, voorbarig is geweest. Mensen werken nu nog thuis maar op termijn zal naar verwachting 80% weer in zijn oude gewoontes terugvallen. De resterende 20% zou goed kunnen worden opgevuld door voormalige ov-reizigers en nieuwe autogebruikers die de auto ineens als goed alternatief zien nu het fileprobleem tijdelijk minder is.

Voor de tweede vraag is mijn voorstel om de wijze waarop wij nu omgaan met de toegang tot het openbaar vervoer te wijzigen. Voorlopig zouden we voorrang moeten geven aan mensen die vitale beroepen uitoefenen. Tegen de tijd dat de veiligheid, orde, stabiliteit, gezondheid en bescherming in voldoende mate gegarandeerd kan worden is volledige openstelling van het openbaar vervoer voor ander groepen in de samenleving te overwegen. Op de korte termijn lopen we echter het risico er door ons nieuwe (tijdelijke) normaal een verschuiving in de modal spilt ontstaat, waarbij het aandeel openbaar vervoer sterkt afneemt. Dit kan averechts werken op lange termijn ruimtelijke, duurzaamheids- en mobiliteitsdoelstellingen.

 

[1] April 2020, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Trendprognose wegverkeer 2020-2025 met daarbij de mogelijke gevolgen van de corona-crisis
[2] April 2020, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Mobiliteit en de corona-crisis