Werk aan de winkel na rampzomer

1 oktober 2021

Onderstaande column verscheen in de het vakblad OTAR (Opiniërend vakblad Duurzaam Assetmanagement Infrastructuur) van september 2021.

Afgelopen juli piepte en kraakte het langs de dijken en kades aan de Maas. In de Maas in Limburg werd de grootste afvoer ooit gemeten – méér dan in de recordwinter van 1993, zo’n 50 procent meer dan het zomerrecord en maar liefst 80 keer zo veel water als precies een jaar geleden, toen het juist heel droog was. Maar de dijken hebben standgehouden, ondanks de gigantische water massa’s. Dat is het resultaat van inspanningen uit het verleden, waarbij is ingezet op meer ruimte voor onze rivieren. Aan de rivieren is na overstromingen in 1993 en 1995 veel werk verricht om dorpen en steden beter te beschermen tegen hoogwater. Deskundigen zijn het erover eens: zonder dat werk waren de problemen veel groter geweest.

Als voormalig dijkgraaf heb ik een bijzondere belangstelling voor watermanagement. Ik ben blij en opgelucht dat, mede door de ambitieuze plannen uit het verleden, ons deze zomer veel ellende bespaard is gebleven langs onze rivieren. Dat toont maar weer aan dat er in ons land veel kennis aanwezig is. Gecombineerd met bestuurlijke daadkracht heeft dit zich uitbetaald.

Maar dit is pas het begin. Het IPCC-rapport van deze zomer is er duidelijk over: we zullen ons moeten instellen op extremer weer en het gaat sneller dan verwacht. Dat gaat verstrekkende gevolgen hebben voor de inrichting en infrastructuur van ons land. Daarom moeten we over verdere maatregelen nadenken. Jeroen Aerts, hoogleraar klimaat- en waterrisico’s, schetste al een aantal opties. We kunnen meer water bufferen en lokaal opvangen, kritieke infrastructuur beter beschermen en minder bouwen in kwetsbare gebieden. Hij stelde ook dat er uiteindelijk minder oppervlaktes verhard moeten zijn, zodat de grond het water op kan nemen. “Het is ‘en en en’; het moet uiteindelijk allemaal gebeuren.”

Achteroverleunen is er niet bij. We moeten snel en hard aan de slag met ons waterbeheer. Daarbij zullen ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden. Gelukkig is er volop kennis en kunde aanwezig in de keten. Dat ervaar ik zelf op dagelijkse basis als voorzitter van Koninklijke NLingenieurs. Het komt nu dus op nieuw aan op bestuurlijke daadkracht.

Carla Moonen Bestuursvoorzitter Koninklijke NLingenieurs

 

Lees ook het artikel Extreem weer waait niet over en dit valt er tegen te doen in het FD. Korte samenvatting: We weten al 20 jaar dat we ons moeten aanpassen aan een nieuw klimaat en we weten ook hoe: vasthouden-bergen-afvoeren is al heel lang het mantra voor waterbeheerders. Nu alleen nog doen. Digitale technologie gaat helpen om een bredere groep mensen bewust te maken van de risico’s. Nu nog accepteren dat klimaatadaptatie wel om middelen vraagt maar het goede nieuws is dat het niet alleen leidt tot veiligheid maar ook tot mooiere en gezondere wijken, aldus Rotterdams wethouder Vincent Karremans.